Bijbelcursus les 3

Deel 3A:  De bijbel is een eenheid

De bijbel is een geschenk uit de hemel. God liet het goede nieuws dat Hij te vertellen had, daarin opschrijven. Daar gebruikte Hij mensen voor. Veel mensen hebben aan de bijbel mogen werken. Toch is de bijbel geen onsamenhangend geheel geworden. Want God heeft ervoor gezorgd dat de bijbel een eenheid is.  1 johannes 3:16

De bijbel heeft veel schrijvers

De bijbel bestaat uit 66 verschillende boeken. Die boeken zijn door meer dan dertig mensen geschreven. De schrijvers verschillen veel van elkaar. Dat geldt voor hun achtergrond, de tijd waarin ze leefden en de taal waarin ze schreven. Er zit ongeveer 1500 jaar tussen het oudste en jongste boek. En toch is de bijbel een eenheid. Want die 66 boeken vertellen – met al hun menselijke verschillen – het ene verhaal van God. Van veel bijbelboeken weten we niet door wie ze geschreven zijn. Van andere boeken is de schrijver wel bekend. Om de bijbel beter te kunnen begrijpen, is het goed om iets van die schrijvers te weten. We noemen de bekendste.

Mozes

Mozes is de schrijver van de eerste vijf bijbelboeken. Hij was een Israëlitische jongen die geboren werd in een tijd dat de Israëlieten in Egypte woonden. De koning van Egypte, de farao, gebruikte de Israëlieten als slaven. Mozes wordt door de dochter van de farao als zoon aangenomen. Hij maakt daardoor deel uit van de voornaamste familie van Egypte. Hij krijgt de opvoeding en de opleiding van een prins. Als hij ziet hoe zijn volksgenoten onderdrukt worden, komt hij voor hen op. Hij moet daarom vluchten. God geeft Mozes de opdracht om de Israëlieten uit Egypte te bevrijden en naar het land Kanaän te brengen. De boeken die Mozes geschreven heeft, gaan onder andere over die bevrijding en over de wetten die God daarna aan zijn volk geeft. ‘Mozes zei:

‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn.!’
(Exodus 3:11-12)

David

David is een schaapherder die door God wordt uitgekozen om koning over Israël te zijn. Hij is een van de machtigste koningen van Israël. Tegelijk maakt hij muziek en schrijft hij gedichten. In gezongen gedichten, die wij psalmen noemen, vertelt hij over zijn leven en zijn relatie met God. De psalmen van David zijn vaak gebeden tot God.

‘De Geest van de HEER sprak in mij, zijn woorden zijn op mijn tong.’
(2 Samuel 23:2)

Amos

Amos, een veehouder, krijgt opdracht van God om zijn bedrijf te verlaten om naar een ander deel van het land Israël te gaan. Als profeet moet hij daar tegen onrecht en uitbuiting van de armen waarschuwen. Amos maakt duidelijk dat God dergelijke misstanden niet ongestraft laat. ‘Maar de HEER heeft mij van achter mijn schapen vandaan gehaald, en het is de HEER die tegen mij heeft gezegd:

‘Ga naar mijn volk Israël en profeteer daar.’
(Amos 7:13)

Lucas

Lucas is een arts. Door zijn studie heeft hij contacten met mensen uit hogere kringen. Voor een van hen, Teofilus, schrijft Lucas een heel nauwkeurig verslag van het leven van Jezus. Deze Teofilus heeft wel eens iets over Jezus gehoord, maar hij wil graag meer weten. Lucas laat zien dat de verhalen die Teofilus kent, echt waar zijn. Hij heeft de oor- en ooggetuigen van wat Jezus gedaan heeft immers gekend!

‘om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent..’
(Lucas 1:4)

Naast een beschrijving van Jezus’ leven heeft Lucas ook het boek Handelingen der apostelen geschreven.

Johannes

Johannes en zijn broer werken bij hun vader in het vissersbedrijf. Als Jezus de broers roept om zijn volgelingen te worden en met Hem mee te gaan, doen ze dat meteen. Johannes heeft vijf bijbelboeken geschreven: een evangelie, drie brieven en de Openbaring van Johannes. Dit laatste boek schrijft Johannes op het eiland Patmos

. Hij is naar dat eiland verbannen, omdat hij de mensen over Jezus vertelde. En dat was in die tijd verboden. Juist door deze verbannen man laat God dit bijbelboek schrijven. Zo blijkt duidelijk dat niets of niemand Gods plannen tegen kan houden.

‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’
(Openbaring 21:5)

Paulus

Paulus heeft een opleiding gevolgd in de Joodse godsdienstleer. Van de leer van Jezus moest hij niets hebben. Hij laat de volgelingen van Jezus gevangen nemen. Toch wil God gebruik van hem maken. God zegt zelf:

‘…want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten.’
(Handelingen 9:15)

Als Paulus zelf christen geworden is, wordt hij onder andere naar Griekenland gezonden om over God en Jezus te vertellen. Zo ontstaan overal christelijke kerken. Paulus stuurt brieven naar deze kerken om de christenen verder te helpen in het geloof. Deze brieven zijn voor een groot deel opgenomen in het Nieuwe Testament.

Toch is de bijbel een eenheid

De bijbel heeft dus veel schrijvers. Toch vormen alle bijbelboeken samen één boek. Want de schrijvers van de bijbel vertellen, ieder op hun eigen manier, wie God is en wat het geloof in Hem voor ons leven betekent. Wanneer we de bijbel lezen, ontdekken we hoe de bijbelboeken met elkaar samenhangen en elkaar aanvullen. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de schrijvers gebruik maken van elkaars boeken om te bevestigen of te verduidelijken wat ze te zeggen hebben. Zo worden de psalmen bijvoorbeeld veelvuldig aangehaald. In Psalm 103:15 en 16 staat:

’De mens – zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt; de plek waar hij stond, kent hem niet meer’.

We komen deze regels ook tegen in Jesaja 40:6-8, Jacobus 1:10,11 en 1 Petrus 1:24. De psalmen zelf verwijzen vaak naar de historische boeken van de bijbel. Psalm 106:9-11 neemt zijn lezers mee terug naar de bevrijding van het volk Israël uit Egypte. Dat was het werk van God, zegt de psalm nog eens.

‘Op zijn dreigen viel de Rietzee droog, hij leidde hen door de diepte als door een woestijn. Hij redde hen uit de greep van hun haters, verloste hen uit de greep van de vijand. Het water bedekte hun belagers, niet één van hen bleef in leven’.

En de evangeliën halen de wet en de profeten aan. In Johannes 6:45 herhaalt Johannes de woorden uit Jesaja 54:13:

‘Het staat geschreven in de Profeten: Zij zullen allemaal door God onderricht worden.’

Als in het Nieuwe Testament verwezen wordt naar het Oude Testament, staat er meestal kortweg:

.. zoals de Schrift zegt,…

of:

…zoals de Heilige Geest zegt: …

Met de Schrift is het Oude Testament bedoeld, dat al sinds 100 jaar voor Christus een zelfstandig boek was. De eenheid van de bijbel blijkt ook heel duidelijk als we het eerste hoofdstuk met het laatste hoofdstuk van de bijbel vergelijken. De bijbel begint te vertellen over het paradijs, de eerste woonplaats van de mensen. Daar leefde de mens in vrede met God en zijn omgeving. Om zijn ongehoorzaamheid is de mens het paradijs uitgezet. Toch gaat het paradijs voor de mens niet voorgoed verloren. God belooft dat het weer terugkomt. Dat is dan ook de toekomst die ons in het laatste bijbelboek wordt getoond. Het slot van de bijbel sluit weer aan bij het begin.

Het eerste bijbelboek vertelt:

‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. (…) God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. (…) Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad’.
(Genesis 1;1 en 2:8,9)

En het laatste bijbelboek laat zien:

‘Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. (…) Aan weerskanten van de rivier stond een levensboom …’
(Openbaring 21:1 en 22:2)

Zo is de cirkel van de bijbel weer gesloten. Heel verschillende mensen mochten de bijbel schrijven. Maar de Geest van God heeft de bijbel tot een volmaakte eenheid gemaakt.

 

Meer lezen en vragen stellen over de bijbel? Dat kan hier:

http://www.vragenovergeloven.nl/

Vragen

  1. Wat valt je op als u nagaat welke beroepen de in dit deel genoemde bijbelschrijvers hadden?
  2. God heeft mensen gebruikt om zijn woorden door te geven. In dit deel wordt bij iedere schrijver een bijbeltekst aangehaald. Uit welke van deze teksten blijkt duidelijk dat God achter de schrijvers staat?
  3. Waaruit blijkt dat de Bijbel een eenheid is? Noem meer dan één reden.


Deel 3B:  Wint de satan de strijd?

God heeft na de zondeval aangekondigd dat er twee groepen mensen zullen komen: het ‘nageslacht van de vrouw’ (de mensen die bij God willen horen) en het ‘nageslacht van de slang’ (de mensen die in dienst staan van Gods tegenstander, de satan) (Genesis 3:15). Het duurt niet lang, of de mensen raken inderdaad verdeeld in twee kampen: voor en tegen God. Al in het gezin van Adam en Eva wordt die verdeeldheid zichtbaar.

Kaïn en Abel

Lezen: Genesis 4:1-16 4:3

Patmos

: geschenk aan God.

In Genesis 4 lezen we over Kaïn en Abel, twee van de kinderen die Adam en Eva gekregen hebben. Op een dag brengen Kaïn en Abel allebei een offer aan God – iets wat ze blijkbaar van hun ouders geleerd hebben. Maar God neemt alleen het offer van Abel aan. Dat van Kaïn accepteert Hij niet. Is dat niet oneerlijk van God? Kaïn en Abel doen immers precies hetzelfde: ze offeren iets van hun bezit aan God. Toch is er een verschil tussen het offer van Kaïn en dat van Abel. Dat blijkt uit het Nieuwe Testament. Daar staat:

‘Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn.’ (Hebreen 11:4)

Het offer van Kaïn is op zichzelf even waardevol als het offer dat Abel brengt. Maar het gaat God niet om het offer op zich. Wat heeft Hij aan schapen of aan vruchten? (Psalm 50:8-15) Het gaat Hem erom hoe Kaïn en Abel tegenover Hem staan. Abel gelooft op de goede manier in God: hij houdt van God, en weet dat hij helemaal van God afhankelijk is. Kaïns offer komt niet voort uit geloof en uit liefde tot God. Dat blijkt ook. Want als Kaïn merkt dat God geen aandacht aan zijn offer schenkt, wordt hij woedend. God waarschuwt hem. De slechtheid moet hem niet gaan beheersen. Hij moet zijn slechte gedachten de baas blijven. Maar uit Kaïns antwoord blijkt dat hij zich niets van God aantrekt: hij vermoordt zijn broer.

God roept Kaïn ter verantwoording. Kaïn probeert zich er eerst nog met een leugen uit te redden:’Ik weet niet waar Abel is. Ik ben toch niet verantwoordelijk voor mijn broer?’ Maar als God duidelijk maakt dat Hij weet wat Kaïn heeft gedaan, geeft Kaïn het toe. Hij weet dat hij iets verkeerds heeft gedaan. Maar hij heeft geen berouw. Hij is alleen bang voor zijn eigen leven. Maar hoe slecht Kaïn ook is, God heeft nog geduld met hem. God straft hem wel, maar Kaïn mag toch verder leven. God geeft hem zelfs een garantie dat niemand hem zal doden (Genesis 4:15). Kaïn krijgt een teken van God, een bewijs waardoor hij daar zeker van kan zijn. Wat dat teken is geweest, staat niet in de bijbel.

Een leven zonder God

Lezen: Genesis 4:17-24

In dit bijbelgedeelte zien we hoe het verder gaat met Kaïn. Hij lijkt erg succesvol te worden: hij krijgt een zoon, hij bouwt een stad. Zijn familie breidt zich steeds verder uit. We weten niet hoeveel van zijn nakomelingen Kaïn zelf nog heeft gezien. Maar uit Genesis 5 blijkt dat de mensen in de eerste tijd na de zondeval nog zeer oud werden. Een leeftijd van achthonderd jaar was geen uitzondering. Daarin is een overblijfsel te zien van het goede begin: God had de mensen gezond en sterk gemaakt. Zoals de mensen nu hun erfelijke afwijkingen doorgeven aan hun kinderen, gaven de mensen toen hun kracht en gezondheid door. Het is dus best mogelijk dat Kaïn Lamech nog heeft meegemaakt. In de tijd van Lamech ontstaat het begin van een cultuur. Er komen nomaden, die in tenten wonen en vee houden. Een van Lamechs zoons vindt muziekinstrumenten uit. Een andere zoon ontdekt hoe hij ijzer en brons moet bewerken. De mensen leren van deze materialen wapens en gereedschap te maken. De nakomelingen van Kaïn hebben succes in hun leven. Maar uit het optreden van Lamech blijkt wel dat men zich van God helemaal niets meer aantrekt. Lamech neemt twee vrouwen – iets dat tegen Gods bedoeling ingaat (Genesis 2:24). Bovendien gaat hij verder in de sporen van zijn voorvader Kaïn. Hij heeft er geen enkele moeite mee iemand te vermoorden. Iemand die hem alleen maar een schram bezorgt, moet er met zijn leven voor boeten. Lamech laat niet over zich heenlopen. Hij bezingt tegenover zijn vrouwen hoe geweldig hij is:

‘Ada en Silla, hoor wat ik zeg! Vrouwen van Lamech, luister naar mij! Wie mij verwondt, die sla ik dood, zelfs wie mij maar een striem toebrengt. Kaïn wordt zevenmaal gewroken, Lamech zevenenzeventig maal.’
(Genesis 4:23-24)

De nakomelingen van Kaïn hebben de kant van de satan gekozen. Van liefde voor God is in hun leven niets te merken. Ze leven alsof ze zelf de belangrijksten zijn.

Een leven met God

Lezen: Genesis 4:25-26

Toch zijn er in deze tijd ook mensen die niet aan de kant van de satan, maar aan de kant van God staan: Set bijvoorbeeld. In de tijd dat Sets zoon Enos geboren is, begint men ‘de naam van de HERE aan te roepen’. Dat is in de bijbel een uitdrukking voor: regelmatig erediensten houden. Een eredienst is een bijeenkomst van mensen die in God geloven. Tijdens zo’n bijeenkomst danken de mensen God voor wat Hij geeft, brengen ze offers, eren ze God en staan ze stil bij wat Hij te zeggen heeft.

De satan lijkt te winnen

Honderden jaren gaan voorbij. Het gaat steeds slechter met de wereld die God gemaakt heeft (Genesis 6:5). Het lijkt er veel op dat de satan aan de winnende hand is (Genesis 6:11-12). Bijna alle mensen zijn zijn trouwe slaven – ook de meeste nakomelingen van Set en Enos zijn naar hem overgelopen. Wanneer God naar de aarde kijkt, ziet Hij hoeveel kwaad de mensen op de aarde aanrichten. Alles wat de mensen doen, is even slecht. Iedereen doet wat in strijd is met wat God wil. Overal heersen geweld en onrecht. De mensen hebben Gods aarde verknoeid. Het ziet er zo langzamerhand naar uit dat heel het ‘project mens’ op niets is uitgelopen. De satan lijkt zijn doel te hebben bereikt.

Vonnis en redding

Het gaat God aan zijn hart dat de mensen massaal de kant van de satan hebben gekozen. Hij heeft er zelfs berouw van dat Hij de mensen heeft gemaakt (Genesis 6:5-7). God besluit de aarde schoon te wassen met een grote watervloed. Alles wat leeft zal verdrinken. Een vreselijke straf – maar de mensen hebben zich die straf zelf op de hals gehaald. Toch betekent dit niet het definitieve einde van de mensheid. God gaat verder met één gezin: het gezin van een zekere Noach. Noach is God trouw gebleven. De bijbel zegt over hem:

‘Noach was een rechtschapen man; hij was in zijn tijd de enige die een voorbeeldig leven leidde, in nauwe verbondenheid met God.’
(Genesis 6:9)

‘Noach leefde in verbondenheid met God’: die uitdrukking geeft aan dat Noach leeft zoals God het wil, en in heel zijn doen en laten op God gericht is. God wil Noach en zijn gezin redden van de dood (Genesis 6:13-22). Hij brengt Noach op de hoogte van zijn besluit alles wat leeft om te brengen. En Hij draagt hem op een groot, kistvormig schip te bouwen. Dit schip, dat in de bijbel de ark genoemd wordt, zal Noach en zijn familie van de verdrinkingsdood redden. De ark moet 150 meter lang, 25 meter breed en 15 meter hoog worden – anderhalf maal de lengte van een voetbalveld! In die tijd moet het een ongekend groot schip geweest zijn. Dat het schip zo groot werd, was ook wel nodig. Naast het gezin van Noach moeten er ook heel veel dieren mee: van iedere soort een paar en van sommige soorten zelfs zeven paar. Daarnaast is er natuurlijk veel voedsel nodig.

Noach krijgt honderdtwintig jaar de tijd om de ark te bouwen (Genesis 6:3). De mensen krijgen dus nog ruim de kans om hun leven te beteren. Je mag er wel van uitgaan dat veel mensen zijn komen kijken naar wat Noach aan het doen is. De ark moet een bezienswaardigheid zijn geweest. Wie bouwt er nu een schip midden op het land! Noach doet zijn best de mensen die komen kijken ervan te overtuigen dat ze hun leven moeten beteren. Hij waarschuwt ze dat God anders een overstroming over de aarde zal laten komen. Dat Noach dat gedaan heeft, weten we omdat hij ergens anders in de bijbel ‘de heraut van de rechtvaardigheid’ wordt genoemd. (2 Petrus 2 : 5) Hij heeft er dus om bekend gestaan dat hij de mensen in zijn tijd ervan probeerde te overtuigen dat ze anders moesten gaan leven.

Ondanks Noachs waarschuwingen komt niemand tot inkeer: na honderdtwintig jaar, als het schip af is en het voedsel is opgeslagen, staat het gezin van Noach nog steeds alleen. Zelfs als de mensen zien hoe alle dieren twee aan twee naar de ark toekomen, gebeurt er niets (Genesis 7:8-9). Ze leven door alsof er niets aan de hand is (Matteus 24:38).

De grote vloed

Lezen: Genesis 7 7:2

reine/onreine dieren: er wordt in het Oude Testament onderscheid gemaakt tussen ‘reine’ dieren die wel, en ‘onreine’ dieren die niet gebruikt mogen worden voor een offer. Zie verder de woordenlijst onder onrein

.

7:11 bronnen/sluizen: het water komt zowel van boven als van beneden met geweld opzetten.

Genesis 7 vertelt hoe God de mensen uiteindelijk straft. Hevige slagregens en zware overstromingen zorgen ervoor dat de hele bewoonde wereld onder water verdwijnt. Het water stijgt ruim zeven meter boven de hoogste bergtoppen. Alles wat leeft verdrinkt. Alleen de mensen en dieren in de ark blijven leven. We zien God in deze vreselijke gebeurtenis optreden als een rechter die een vonnis voltrekt. Hij heeft de mensen, hoe slecht ze ook waren, ruim de tijd gegeven om hun leven te beteren. Maar toen ze helemaal niet veranderden, moest Hij overgaan tot uitvoering van het vonnis. Deze gebeurtenis wordt meestal aangeduid met de term zondvloed – dat wil zeggen: grote vloed.

Terug op aarde

Lezen: Genesis 8 8:20

altaar: een verhoging waarop een offer werd verbrand.

brandoffer: een offer dat verbrand werd en dat op die manier als het ware aan God werd gegeven.

Het duurt bijna een jaar voor het gezin van Noach voor het eerst weer een stukje van de aarde terugziet: een paar bergtoppen. Noach probeert er achter te komen of de aarde al weer leefbaar is. Hij laat een raaf en een duif vrij. Dat de raaf niet meer terugkomt, is niet verwonderlijk. Een raaf kan van aas leven, en dat is er genoeg te vinden op het water. De duif geeft Noach een teken dat het water echt aan het zakken is. Hij komt terug bij de ark met een blad in zijn bek. De boomtoppen zijn dus tevoorschijn gekomen en de blaadjes zijn al weer aan het groeien. Een jaar nadat de ramp begonnen is, mogen de mensen en dieren het schip eindelijk verlaten. Het eerste wat Noach doet als hij weer vaste grond onder zijn voeten heeft, is God danken. Hij bouwt een altaar, slacht een aantal reine dieren en offert die daarop. Noach laat door dit offer zien hoe dankbaar hij en zijn gezin zijn voor hun redding. Als God de rook van de verbrande dieren ziet opstijgen, neemt Hij zich voor niet weer al het leven op aarde te vernietigen om de slechtheid van de mensen.

De regenboog

God verbindt zich aan de mensen en de dieren (Genesis 9:8-17). Hij belooft dat Hij niet weer een zondvloed over de aarde zal laten komen. Deze belofte onderstreept God door een teken te geven: de regenboog. Wanneer God de regenboog in de wolken ziet staan, zal Hij zich herinneren wat Hij aan de mensen en dieren beloofd heeft: dat Hij de wereld in stand zal blijven houden, en dat Hij ervoor zal zorgen dat de seizoenen elkaar op zullen blijven volgen. Wanneer de mensen de regenboog zien, zullen ze zich iedere keer weer herinneren dat ze niet bang hoeven te zijn dat er weer zo’n grote vloed komt, die alles wat leeft zal vernietigen. God geeft zijn wereld niet prijs aan de ondergang.

God houdt zich aan zijn belofte

God had Adam en Eva de belofte gegeven dat er eens iemand geboren zou worden die de satan zou verslaan en de mensen zou redden (Genesis 3:15). Aan die belofte wilde God zich houden. Ook toen alle mensen de kant van de satan kozen. Daarom zorgde Hij ervoor dat Noach en zijn familieleden in Hem bleven geloven en daarom heeft Hij hen gered. De satan heeft de strijd dus niet gewonnen. De lijn naar de toekomstige redder is niet doodgelopen. In de volgende delen zullen we zien hoe God die lijn ook voortzet.

Vragen

  1. Maak een stamboom van de mensen die in Genesis 4 genoemd worden. Geef aan wie er aan Gods kant, en wie er aan de kant van de satan staat, en (voor zover dat mogelijk is) waaraan dat te zien is.
  2. In Genesis 4:23-24 staat een lied dat Lamech zingt voor zijn twee vrouwen. Uit dat lied blijkt dat Lamech de instelling heeft: Als iemand mij onrecht aandoet, zal hij er flink voor boeten. Wat vind je van die instelling? Hoe wordt die instelling in de bijbel beoordeeld? Zie hiervoor Matteus 18:21-22 en Romeinen 12:17-21. Matteus 18:21 Petrus: een volgeling van Jezus Christus. Hem: Jezus Christus. zondigen: iets verkeerds doen. Romeinen 12:19 laat God uw wreker zijn: laat het aan God over om rechter te zijn.
  3. Kun je in eigen woorden zeggen waarom de zondvloed heeft plaatsgevonden?
  4. Meer dan een eeuw heeft Noach aan de ark gewerkt (in de tijd vlak na de zondeval werden de mensen nog erg oud: zie Genesis 5). Al die tijd kwam er niemand tot inkeer. Hoe is het mogelijk dat Noach het vol kon houden om door te gaan met het bouwen van de ark – en dat terwijl er geen water in de buurt was? Zie hiervoor Hebreeen 11:7. Hebreeen 11:7 godsspraak: boodschap van God. …verwierf hij gerechtigheid: heeft hij gerechtigheid gekregen, heeft God hem rechtvaardig verklaard.

Deel 3C:  Wie is God?

Om te leren zien wie God is, wat Hij gedaan heeft en wat Hij doet, moeten we de bijbel lezen. Maar wij zijn natuurlijk niet de eersten die ons met de bijbel bezig houden. We kunnen ook veel leren over God van mensen die vóór ons de bijbel bestudeerd hebben.

Een oude samenvatting

Al in het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling hebben christenen kernachtig samen weten te vatten wat de bijbel ons leert over God. Deze samenvatting, die bestaat uit twaalf korte punten, wordt de ‘apostolische geloofsbelijdenis’ genoemd. Het woord apostolisch geeft aan dat de opstellers datgene hebben samengevat wat ze van de apostelen

 geleerd hebben. Anders gezegd: ze hebben de bijbel nagesproken. Het woord geloofsbelijdenis betekent dat deze samenvatting dienst deed als een uiteenzetting voor buitenstaanders. Iemand die christen was, kon met hulp hiervan heel makkelijk duidelijk maken: dit geloven we nu. De apostolische geloofsbelijdenis heeft na al die eeuwen nog niets van zijn waarde verloren. Ook vandaag nog worden deze twaalf punten (of, zoals meestal gezegd wordt: artikelen) aanvaard als een betrouwbare samenvatting van wat de bijbel ons leert over God. Nog steeds wordt de geloofsbelijdenis op zondag in de kerk uitgesproken. Omdat de apostolische geloofsbelijdenis een goede dwarsdoorsnede van de bijbel geeft, zullen we deze belijdenis in de komende delen artikel voor artikel langs gaan.

De apostolische geloofsbelijdenis

A

1 Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde.

B

2 En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here;

3 die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;

4 die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel;

5 op de derde dag opgestaan uit de doden;

6 opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;

7 vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden.

C

8 Ik geloof in de Heilige Geest.

9 Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap van de heiligen;

10 vergeving van de zonden;

11 opstanding van het vlees*;

12 en een eeuwig leven.

 

Geloofsbelijdenis

Eén God

De geloofsbelijdenis bestaat zoals te zien is uit drie hoofddelen. Het eerste gaat over God de Vader en zijn werk. Het tweede over Jezus Christus en zijn werk. Het derde gaat over de Heilige Geest en zijn werk. Daarmee komen we meteen voor een vraag te staan. Hoe kan de apostolische geloofsbelijdenis spreken over God de Vader, zijn Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest? De bijbel vertelt ons heel duidelijk dat er maar één God is (1 Korintiërs 8:4). Naast God bestaan er geen andere goden. Israël

, het volk waarmee God zich lange tijd op een bijzondere manier bezig gehouden heeft, kreeg te horen: ‘Luister Israël,de HEER is onze God:de HEER is de enige!’ (Deuteronomium 6:4) Dat wil zeggen: er is maar één God, en dat is de HEER. (HEER: een speciale naam van God). Er is één God. Dat staat vast. De hele bijbel door blijkt dat. Toch is daarmee niet alles gezegd. In Genesis 1, de geschiedenis van de schepping, lazen we al iets over ‘de Geest van God’ (Genesis 1:2). En na de zondeval hoorden we God zeggen: ‘Zie, de mens is geworden als één van Ons.'(Genesis 3:22) In het Nieuwe Testament lezen we over de Zoon van God, en over ‘de Vader’ (Johannes 5:26). De ene God kan dus spreken over ‘ons’. En binnen de ene God is er sprake van een Geest, van een Zoon en van een Vader. Dat is iets onbegrijpelijks. God is één. Maar toch blijken er in de ene God drie personen te bestaan: de Vader, die de hemel en aarde gemaakt heeft en alles in stand houdt; de Zoon, die mens is geworden en is gestorven om de mensen te kunnen redden; en de Heilige Geest, die ervoor zorgt dat mensen vergeving van hun zonden en een eeuwig leven krijgen. Omdat er in de ene God drie personen bestaan, noemen we Hem wel de drie-enige God.

Drie personen

Binnen God zijn drie personen. Maar wat moet je je voorstellen bij het woord ‘personen’? In ons spraakgebruik is een persoon een zelfstandig wezen, een mens die volkomen los staat van de mensen om hem heen. Maar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn niet drie aparte individuen, die los staan van elkaar. Samen zijn zij de enige God. Ze zijn één in macht en in goedheid. Ze zijn één in hun God-zijn. Tegelijk moeten we zeggen dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ook van elkaar onderscheiden zijn. Het is niet zo dat dezelfde persoon nu eens de naam Vader en dan weer de naam Heilige Geest krijgt. Als het in de bijbel over de Vader, de Zoon of over de Heilige Geest gaat, dan wordt er steeds een andere persoon bedoeld. Een voorbeeld. De bijbel zegt: ‘Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Johannes 3:16). Hier wordt duidelijk bedoeld dat de Vader (die vaak met de naam ‘God’ wordt aangeduid) zijn Zoon naar de wereld heeft gestuurd. Zo zelfstandig zijn de personen dus. De Vader kan zijn Zoon een opdracht geven; de Zoon kan die taak uitvoeren.

Kritiek

Veel mensen geloven niet dat God drie-enig zou zijn. Eén is geen drie: en drie is niet hetzelfde als één. God kan niet tegelijkertijd één en drie zijn. Wanneer de bijbel spreekt over een Vader, een Zoon en een Heilige Geest betekent dat niet dat er een drie-enige God is. De Vader – die is inderdaad God. Maar Jezus Christus, die in de bijbel Gods Zoon wordt genoemd, is niet écht Gods Zoon. Hij was een goed mens, die door God als zijn speciale zoon is geadopteerd. En de Heilige Geest is geen persoon. Hij is een goddelijke kracht. Een soort verlengstuk van God. Zulke gedachten zijn niet nieuw. Zo’n zeventienhonderd jaar geleden waren er ook al christenen die er soortgelijke ideeën op na hielden. Het is nu eenmaal moeilijk te accepteren dat je niet alles kunt verklaren. Wij als mensen kunnen niet begrijpen hoe God één en toch drie kan zijn. Maar niet ons voorstellingsvermogen, maar de bijbel moet hier het laatste woord hebben. Alleen God kan ons vertellen wie Hij is. Wanneer je de bijbel eerlijk leest, kun je er niet onderuit: de Vader is God; de Zoon is God; en de Heilige Geest is God. Aan de hand van enkele bijbelgegevens zullen we dat toelichten.

De bijbel over de Vader

Dat de Vader God is, blijkt uit heel de bijbel. De Vader van Jezus Christus wordt op allerlei plaatsen God genoemd. Zo staat er ergens in het Nieuwe Testament:

‘In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Here Jezus Christus, voor u,’ (Kolossenzen 1:3)

En ook kom je voortdurend de zegenwens tegen:

‘Genade zij u en vrede van God, onze Vader…’
(2 Tessalonicenzen 1:2)

Dat de Vader God is, blijkt niet alleen uit het feit dat Hij God genoemd wordt. Het blijkt ook uit het werk dat Hij doet. Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt. Hij heeft vanuit de hemel zijn Zoon naar de aarde gestuurd; Hij heeft zijn Zoon, nadat die gestorven was, weer tot leven doen komen.

De bijbel over Gods Zoon

Ook Gods Zoon, Jezus Christus, is God. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de bijbel Hem zo noemt. De bijbel spreekt over Jezus als ‘de waarachtige God’ (1 Johannes 5:20). Het blijkt ook uit het feit dat Jezus van zichzelf kan zeggen dat Hij één is met zijn Vader (Johannes 10:30). Zoals zijn Vader God is – zo is ook Jezus God. Een ander punt waaruit blijkt dat Jezus God is, is dat Hij eigenschappen bezit die alleen God heeft. Een voorbeeld. God is eeuwig: er is geen tijd geweest dat Hij er niet was. En Hij zal er altijd zijn. Maar ook Jezus is eeuwig. De bijbel zegt over Hem:

‘Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde’.
(Hebreeen 7:3)

Dat Jezus God is, blijkt ook uit het feit dat Hij dingen kan doen die alleen God kan doen. Hij kan mensen hun zonden en hun schuld tegenover God vergeven (Marcus 2:5-7). Hij kan mensen het leven geven (Johannes 5:21). Uit vele bijbelgegevens blijkt dat Gods Zoon, Jezus Christus, echt God is. Daarom wordt Hij in de bijbel ook wel genoemd: ‘Immanuël’ – dat wil zeggen: ‘God met ons’ (Matteus 1:23).

De bijbel over de Heilige Geest

Wat voor de Vader en zijn Zoon geldt, geldt ook voor de Heilige Geest: Hij is God. Zo wordt Hij in de bijbel ook gewoon genoemd. Een voorbeeld. Wanneer een zekere Ananias iets oneerlijks gedaan heeft, wordt er tegen hem gezegd:

‘Waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de Heilige Geest bedrogen? (…) ‘Niet de mensen heb je bedrogen maar God.’
(Handelingen 5:3-4)

Deze bijbeltekst laat overigens niet alleen zien dat de Heilige Geest zelf God is. Er blijkt ook uit dat de Heilige Geest een persoon is – en niet een of andere onpersoonlijke kracht. Hoe had Ananias anders tegen Hem kunnen liegen? Een onpersoonlijke kracht kun je niet bedriegen. De Heilige Geest is dus zelf God. Maar dat blijkt niet alleen uit het feit dat Hij God genoemd wordt; het wordt ook zichtbaar in zijn werk. De Heilige Geest doet werk dat alleen God kan doen. Hij was betrokken bij de schepping. Hij houdt het leven op aarde in stand (Psalm 104:30). Hij zorgt ervoor dat in de lente alles weer gaat groeien, dat er nieuw leven ontstaat. Ook is Hij degene die ervoor gezorgd heeft dat de bijbel, Gods Woord, tot stand kwam (2 Petrus 1:21). En Hij is degene die mensen geloof geeft – iets wat alleen God kan (Efeziers 2:8).

De Heilige Geest

We hebben het over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Bij ‘Vader’ en ‘Zoon’ kunnen we ons wel iets voorstellen. Maar wat betekent ‘Heilige Geest’? Volgens het woordenboek betekent het woord ‘geest’: het gedachteleven van een mens. Onze geest is iets ongrijpbaars. Voor ons kan een geest geen persoon zijn. Een geest is een onderdeel van onze persoon. Met de Heilige Geest is dat anders. De Heilige Geest mag niet gelijkgesteld wor den met het gedachtenleven van God. De Heilige Geest is een kracht, die van God uitgaat (Lukas 1:35). Tegelijk is de Geest ook een persoon (Johannes 14:16,17). Hij wordt door Jezus Christus ‘de Trooster’ genoemd. Voor ons is dit iets onbegrijpelijks. Wij kunnen niet bevatten wie de Heilige Geest is, en hoe Hij een kracht en een persoon tegelijk kan zijn. We kunnen alleen luisteren naar wat de bijbel ons over Hem vertelt. Wanneer we aan de delen over de Heilige Geest toe zijn, zullen we uiteraard dieper ingaan op Zijn persoon en op het werk dat Hij doet. (Deel 11 en 12C)

De drieënige God

God de Vader, Jezus Christus, de Heilige Geest: alledrie zijn ze God. En ze zijn alledrie aan elkaar verbonden. Ze horen bij elkaar. In de bijbel worden hun namen regelmatig in één adem genoemd. Een paar voorbeelden. De bijbel vertelt over het moment waarop Jezus Christus, Gods Zoon, op aarde met zijn werk begint. Op dat moment daalt de Heilige Geest op Hem neer om Hem kracht te geven voor zijn werk. En uit de hemel klinkt de stem van zijn Vader: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde’ (Matteus 3:13-17). De Vader, zijn Zoon en de Heilige Geest treden op dat moment dus alledrie tegelijk op. Jezus Christus zegt tegen zijn leerlingen wanneer Hij hen de wereld instuurt:

‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen

 in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’
(Matteus 28:19).

Paulus besluit een van zijn brieven met de zegenwens:

‘ De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God, en de eenheid met de heilige Geest zij met u allen’
(2 Korintiers 13:13).

God is één; en in de ene God zijn drie personen. Dat is geen interessante theorie waar theologen zich mee bezig kunnen houden. Het is een levende werkelijkheid, die van belang is voor iedereen die in God gelooft. De belijdenis dat God drieënig is, laat ons zien wie God is, en hoe groot en liefdevol Hij is. De Vader, zijn Zoon en de Heilige Geest hebben er met elkaar alles aan gedaan om de mensen te redden:

  • God de Vader heeft zijn Zoon naar de aarde gestuurd om mens te worden: en Hij wil dankzij het werk van zijn Zoon onze Vader zijn.
  • God de Zoon is mens geworden, en heeft zijn leven gegeven voor de mensen. Hij wil onze redder zijn.
  • De Heilige Geest wil ervoor zorgen dat de vergeving van de zonden, die Gods Zoon voor ons verdiend heeft, ook ons eigendom wordt. Hij wil in ons wonen.

Denkstof Wie is God?

Meer lezen over wat christenen geloven over God? Dat kan hier:

http://www.vragenovergeloven.nl/god-is-er

Vragen

1a  Hoe blijkt in de bijbel dat er slechts één God is?

1b  Hoe blijkt in de bijbel dat er in God drie personen zijn?

1c  Wat wordt er bedoeld met het woord ‘personen’?

2    Waaruit blijkt dat Jezus Christus echt God is?