Hofstad Catechismus – Vraag 27

Worden alle mensen gered door Christus, zoals ze verloren gingen door Adam?

Nee, alleen zij die God uitverkoren heeft en die door het geloof met Christus verenigd zijn. Toch betoont God een algemene genade ook aan hen die niet verkoren zijn door het gevolg van de zonde in te perken en hen in staat te stellen werk te doen dat de mensen ten goede komt.

Romeinen 8: 29-30
Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.

NB
In de behandeling van deze vraag zullen we ons concentreren op het eerste deel van het antwoord: ‘alleen zij die uitverkoren zijn worden gered’.

1. Intro

Denk er allemaal even over na wat het woord ‘uitverkiezing’ voor gevoel bij je oproept. (blijdschap, angst, onzekerheid, rust…., enz.) Maak een rondje waarin ieder vertelt welk gevoel. De bespreking komt later.

2. Filmintro

Bekijk het filmpje. Daarna is er kort gelegenheid voor hen die iets willen noemen uit het filmpje dat hen geraakt heeft.

3. Verwerking

a. Bijbelstudie

De Bijbel is over twee zaken heel duidelijk:

  • wij moeten ons bekeren en geloven, wij moeten voor God kiezen, anders is er geen redding
  • God heeft van eeuwigheid al besloten wie Hij zal redden, zonder zijn Geest kunnen we niets, ook niet geloven en voor Hem kiezen.

Het probleem is dat dit ons denken te boven gaat. Wij denken in het schema: als ik een vrije keus heb, kan een ander niet beslissen, en als een ander beslist heeft, heb ik geen vrije keus. Maar bij God kan het allebei: Hij heeft gekozen, en toch zijn wij verantwoordelijk en moeten we kiezen.
In een plaatje:

(afbeelding Gods soevereine keuse en onze keuzeverantwoordelijkheid)

Verdeel nu de volgende teksten over de deelnemers:
– Markus 16: 16                 – Johannes 3: 16              – Johannes 6: 37
– Handelingen 13: 48      – Handelingen 16: 31       – Romeinen 9: 16
– 2 Korintiërs 5: 20         – Filippenzen 2: 12           – Filippenzen 2: 13
– 1 Petrus 2: 8                   – 2 Petrus 3: 9                   – 2 Timoteüs 1: 9

Iedereen bestudeert de gekregen tekst(en) nu kort voor zichzelf.
Daarna leest ieder de tekst voor en bespreek je de tekst samen. Daarbij is de vraag steeds: wat benadrukt deze tekst: Gods soevereine keuze of onze keuze-verantwoordelijkheid?
Bespreek samen nog deze vragen:

  • Waar legt de Bijbel het accent op, op onze verantwoordelijkheid en het feit dat wij moeten geloven, of op het feit dat achter onze keus Gods soevereine keuze ligt?
    – Wat gaat er fout als je alle accent legt op god soevereine keuze? Welk effect heeft dat op je geloofsbeleving?
    – Wat gaat er fout als je alle accent legt op onze keuze en verantwoordelijkheid? Welk effect heeft dat op je geloofsbeleving?

b. Bijbelstudie Deuteronomium 7: 6-8

Lees samen deze verzen.
Je zou deze verzen zo kunnen parafraseren:

“Want jullie zijn een volk voor de HEER, en voor de HEER alleen. Zijn oog is op jullie gevallen, en Hij heeft jullie uitgekozen. Jullie zijn zijn schat, jullie en niet de andere volken. En ga nu niet denken dat God jullie uitkoos en lief kreeg omdat jullie groter, mooier en beter waren dan die andere volken. Dat was niet zo, integendeel, jullie zijn maar een klein volkje. Nee het is vanwege zijn liefde, en omdat hij zijn belofte aan jullie voorouders wilden vervullen, dat Hij jullie met opgeheven arm uit de slavernij en de macht van de Faro heeft bevrijd.”

Bespreek nu dit gedeelte aan de hand van de volgende vragen:

– In de bijbel zijn woorden als ‘uitverkiezing’ en ‘uitgekozen’ geen dogmatische termen, maar liefdestermen. Hoe zie je dat in deze verzen?
– Op de vraag “Waarom houdt God van je?” zijn verschillende antwoorden mogelijk:
a. Omdat hij van alle mensen houdt.
b. Omdat ik in hem geloof en Hem liefheb.
c. Omdat hij van mij houdt.
Bespreek deze drie antwoorden, en vergelijk ze met de gelezen tekst.
– De keus van God voor zijn volk is te vergelijken met die van een jongen die een meisje lief krijgt. Hoe zie je dat terug in de tekst? Heeft ‘uitverkiezing’ voor jou ook die klank?

c. Een moderne gelijkenis
    Lees samen onderstaand verhaal:

Er was eens een alleenstaande vader. Zijn vrouw was overleden en hij had één kind, Chris, een zoontje van vijf jaar oud. Dat jongetje betekende alles voor hem! Hij hield van hem met heel zijn hart. Op een dag zat Chris op de stoep voor z’n huis te kleuren met stoepkrijt. Op een gegeven moment kwam er een grote, wat onguur uitziende kerel aanlopen, het hoofd kaalgeschoren, in leer gekleed. Wat er precies gebeurde is niet echt duidelijk. Struikelde hij over Chris? Kreeg hij misschien vlekken op zijn kleren? Of ergerde hij zich zomaar aan dat kleine kind? Waarom hij het deed, zal wel nooit iemand weten, maar toen het jongetje voor z’n voeten kwam, verkocht hij hem een enorme schop. Daarna nog één, die Chris’ hoofd raakte. Hij raakte hem zo hard, dat je zijn nek hoorde breken. En het is ongelooflijk, maar daarna vervolgde de man zijn weg naar huis, alsof er niets gebeurd was.

Toen de vader naar buiten kwam gerend en zijn zoontje dood op de stoep vond, brak zijn hart en stortte zijn wereld in. Kort daarna kwam de buurvrouw aangerend. Zij had alles zien gebeuren en had zelfs de dader herkend. Ze wist waar hij woonde en vertelde dat aan de getroffen vader.

Wat deed toen die vader? Hij kon verschillende dingen doen. Hij kon een mes of een honkbalknuppel pakken, de dader opzoeken en al z’n woede koelen op die bruut. Wie zou er geen begrip hebben voor zo’n wanhopige reactie? Maar hij koos niet voor wraak.

Hij kon naar de politie gaan en alles wat hij te horen had gekregen doorgeven, zodat de dader kon worden opgepakt. Dan zou hij later bij de rechtszaak aanwezig kunnen zijn en een zware straf tegen de dader horen uitspreken. Dat zou een keuze voor gerechtigheid zijn geweest. Maar ook daarvoor koos hij niet.

De vader deed het volgende: hij ging wel naar het huis van de dader, maar zonder wapens. Hij trof hem aan in een uitgewoond en armoedig pand en hij ging met de dader in gesprek. Wat er precies besproken is weet niemand, maar het draaide erop uit dat de vader hem alles vergaf. Hij ging zelfs nog verder: hij trok zich het lot aan van die gewelddadige, asociale man die zo van zijn omgeving vervreemd was, en hij bood de man aan bij hem in huis te komen wonen. Een tijd later maakte hij hem zelfs zijn erfgenaam, in plaats van zijn vermoorde zoontje.

Bespreek nu aan de hand van de volgende vragen:
– Welke indruk maakt dit verhaal op jou?
– Wat zegt dit verhaal over jouw zonde en Gods genade? – Wat zegt dit verhaal over uitverkiezing?

d. Gesprekspunten

• Wat vind je van de volgende stelling:

Laten we ophouden met praten over ‘uitverkiezing’, daar komt alleen maar onenigheid van.

• Het besef tot een ‘uitverkoren groep’ te horen kan mensen hoogmoedig maken. Is dat ook zo als je gelooft dat God jou uitgekozen heeft? Waarom wel/niet?

• Kun je tijdens een evangelisatie gesprek tegen een ongelovige zeggen: “Jezus is ook voor jou gestorven”?

• Wij zeggen vaak: “Het is niet eerlijk als God sommigen wel uitkiest en anderen niet.” Waar komt onze moeite met Gods keuze vandaan?

• Als iemand zegt dat hij zeker is dat God hem heeft uitgekozen, en dat hij daarom zeker weet dat hij het eeuwige leven heeft, is dat dan arrogant? Waarom wel/niet?

• Wordt je gered door je geloof of vanwege je geloof?

• Op de vraag van je geliefde ‘Waarom hou je van me?’ past maar één antwoord. Welk? (Zie ook Deuteronomium 7: 6-8) Wat heeft dat met de uitverkiezing te maken?

4. Gebed

Het gebed bestaat uit de volgende onderdelen:
– schuldbelijdenis, nederig belijden dat we Gods liefde op geen enkele manier verdiend hebben.
– lofprijzing en dank, om Gods onbegrijpelijke liefde, en wat je daarvan hebt mogen ervaren.
– vragen om helderheid over die zaken die ons verwarren en ons niet duidelijk zijn
– bidden voor mensen (concrete namen inventariseren) die niet in God geloven, en bidden of Hij hen ook wil raken.
Verdeel de vier onderdelen over vier bidders en ga vervolgens samen bidden.

Bijlage: Achtergrondmateriaal

(bedoeld voor degene die de avond voorbereidt, en voor wie zich er wat extra in willen verdiepen)

Paulus is er diep van doordrongen dat we zelf op geen enkele manier konden bijdragen aan onze eigen verlossing. We waren immers door onze misstappen en zonden dood, en konden dus niet zelf voor God kiezen (denk aan Efeziërs 2: 1-3). Dat God dus toch uit pure genade ons in Christus nieuw leven wilde geven (zie Efeziërs 2: 4, 7-8) is dus zijn liefdevolle keus geweest.
De kern van de Bijbelse leer is: ‘Het gaat er niet om wat jij doet, het gaat erom wat Hij, Jezus, voor jou gedaan heeft’. Dat betekent dus niet alleen dat we uit pure genade om Jezus wil gered zijn, maar ook dat we uit pure liefde in Jezus door God uitgekozen zijn.
De Bijbel is over twee zaken heel duidelijk:
a. God is volstrekt soeverein. Als je bij Hem hoort en zijn kind mag zijn, dan is dat omdat Hij jou al had uitgekozen voordat je bestond. Hij kwam in je leven. Hij gaf jou het geloof. Hij liet je door de Geest opnieuw geboren worden. Voordat jij Hem lief had, had Hij jou lief.
b. Wij zijn verantwoordelijk. Als Gods boodschap in je leven komt, dan moet je daarop reageren. Je zult moeten kiezen: je blijft je eigen gang gaan of je geeft je leven over aan God.

Voor ons zijn deze twee thema’s moeilijk te rijmen. Wij hebben de neiging te zeggen dat het één van tweeën is: ofwel God kiest en dan kunnen wij niet anders doen dan afwachten. Pas als we door een speciale ervaring van Gods keuze overtuigd zijn, durven we ons tot de uitverkorenen te rekenen. Ofwel wij kiezen en dan is mijn toekomst afhankelijk van mijn vrije keuze voor of tegen God. Gods keuze is uiteindelijk een reactie op mijn keuze.

Maar God is groter dan ons menselijk denkvermogen. Hij kan deze twee kanten wel samenhouden. Hij geeft ons onze eigen verantwoordelijkheid, wij moeten ons bekeren en in Hem geloven en we kunnen dat ook. En tegelijk is Hij de soevereine God die onze beslissingen in zijn hand houdt.

 

  • Enkele belangrijke teksten
  1. God moet ons veranderen
    * Ezechiël 36:26
    Ik zal jullie een nieuwharten een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven.
    * Romeinen 9:16
    Alles hangt dus af van God en zijn barmhartigheid, niet van de wil of de inspanning van de mens.
    * Handelingen 16:14
    De Heer opende haar [Lydia’s] hart voor de woorden van Paulus.
  2. God heeft van eeuwigheid gekozen
    * Efeziërs 1: 4-5
    In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden.
    * Romeinen 8: 30
    Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.

* 1 Petrus 2 :8
 Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd.
* Handelingen 13:48
En allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof.

  1. de effecten van deze leer
    – nederigheid
    * 1 Korintiërs 4:7
    Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?
    * Romeinen 9:19-20
    Maar nu zult u vragen: ‘Waarom roept God ons dan nog ter verantwoording? Niemand gaat toch in tegen zijn wil?’Wie bent u eigenlijk dat u, een mens, iets tegen God zou inbrengen? Vraagt het aardewerk soms aan de pottenbakker: ‘Waarom hebt u me gemaakt zoals ik eruitzie?’
    – lof en dank
    * Romeinen 11:33-36
    Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. (…) Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.
    – zekerheid
    * Johannes 10:27-28
    Mijn schapen luisteren naar mijn stem, ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven.
    * 1 Johannes 5: 13
    Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt.