Hofstad Catechismus – Vraag 30

Wat is geloof in Jezus Christus?

Geloven in Jezus Christus is erkennen dat alles wat God heeft geopenbaard in Zijn Woord waar is en Hem volledig vertrouwen, ook betekent het op Hem en Hem alleen te vertrouwen als het gaat om je redding, zoals die ons aangeboden wordt in Zijn Evangelie.

 

Galaten 2: 20
Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.

 

 1. Intro

Denk er allemaal even over na wie voor jou echt een voorbeeld van geloof is en waarom?

Maak een rondje waarbij je dit aan iedereen kort vertelt wat het woord genade bij hem of haar oproept.

 

2. Filmintro

Bekijk het filmpje.

Daarna is er kort gelegenheid voor hen die iets willen noemen uit het filmpje dat hen geraakt heeft.

 

 

3. Verwerking

a. Bijbelstudie Lukas 7: 36-50

Lees samen dit verhaal.

We gaan kijken wat dit verhaal ons leert wat geloven is, en wat het uitwerkt. Lees met die vraag in het achterhoofd samen nog een keer te tekst.

Neem nu een paar minuten waarin ieder een element of vers uit dit gedeelte kiest, dat hem of haar raakt of inzicht geeft met betrekking tot de vraag: wat is geloof en wat werkt het uit?

Iedereen licht vervolgens z’n keus toe.

Daarna kun je het gedeelte verder bespreken. Eventueel kunnen de volgende vragen daarbij helpen:

  • wie had een grotere geloofskennis, Simon of die vrouw?
  • voor veel mensen is geloof vooral een stelsel van waarheden of van normen waaraan je moet voldoen. Wat zegt dit verhaal daarover?
  • hoe bewijst deze vrouw dat ze in Jezus gelooft? Hoe laat jij dat zien?
  • Wat betekent het zinnetje: ‘uw geloof heeft u gered’ (vers 50)?

 

b. Geloof en gevoel

Praat even door over de verhouding tussen geloof en gevoel aan de hand van de volgende vragen:

  • is geloof een gevoel? Welk effect heeft het geloof op je gevoelens? Als je gelooft dat Jezus je verlosser is, maar dat verandert je gevoel niet, geloof je dan wel?

Lees tenslotte samen het volgende verhaaltje:

Drie personen liepen achter elkaar op een smalle muur. Voorop liep Belofte, daarachter liep Geloof, en Gevoel sloot de rij. In het begin keek Geloof strak vooruit en hield hij de blik steeds gevestigd op Belofte. Maar op een gegeven moment dacht hij: Hé, ik voel niets, zou Gevoel nog wel achter me lopen? Hij wendde zich om om te kijken, maar juist daardoor verloor hij zijn evenwicht en viel hij van de muur.

Misschien vraag jij je ook af: waar blijft Gevoel? Je gelooft wel, maar toch ben je niet echt verdrietig over je zonden. Je voelt je depressief en twijfelt: is het allemaal wel voor mij? Je voelt de twijfel en het is of Satan je influistert: ‘Nee joh, het is allemaal niet voor jou.’

Wat moet je dan doen? Dan moet je vooruitkijken naar Belofte: richt je volle aandacht weer op Christus en op wat Hij jou aanbiedt. Maar ga niet je zekerheid zoeken in je eigen gevoel, want zo’n muur is maar smal en je valt er zomaar af als je om kijkt.

 

c. Bijbelstudie Lukas 17: 5-6

Lees samen Lukas 17: 5-6

Bespreek nu samen met name de verzen 5 en 6.

  • wat is de aanleiding voor de vraag van de leerlingen?
  • heb je dat gevoel ook wel eens dat je geloof te klein is voor wat je moet doen of voor de situatie waarin je je bevindt?
  • de discipelen doen alsof geloof iets is als geld: de één heeft veel, de ander weinig. Hoe laat Jezus zien dat die visie verkeerd is?
  • het gaat niet om een groot geloof, maar om ….?

Tenslotte ook hier een verhaaltje als afsluiting:

Twee mannen moeten uit een brandend huis springen: de één durft eigenlijk niet en twijfelt of het zeil hem zal houden, vol angst in zijn hart springt hij. De ander springt vol vertrouwen, en weet zeker dat hij opgevangen zal worden. Wie maakt de meeste kans gered te worden?

d. Gesprekspunten

  • bespreek deze stelling: Geloof uit zich in daden, zoals liefde zich uit in zoenen. Als je zoent omdat het moet, kun je beter ophouden.
  • bespreek deze stelling: God reageert op ons levenuit geloof, zoals een vader reageert op de tekening van zijn vierjarig dochtertje. Hij weet dat er van alles aan ontbreekt, en zegt toch: “Heb je dat voor mij gemaakt? Wat mooooi!”
  • als iemand je vraagt naar je geloof, volgt er dan een aantal theoretische waarheden of een verslag van je ervaeringen met Jezus?
  • Bespreek deze stelling: je hebt meer aan een grote Heer, dan aan een groot geloof.
  • Vind je geloven moeilijk? Licht je antwoord toe.
  • Wat betekent: je wordt gered door je geloof, niet vanwege je geloof?
  • Twijfel je vaak? Hoe ga je daarmee om?
  • Wat vind je van deze stelling: Geloven is een stellig weten en een vast vertrouwen.

 

4. Gebed

Vorm groepjes van twee. Vertel aan elkaar kort één ding dat je moeilijk vindt aan geloven, en één ding waar je dankbaar voor bent. Vervolgens bidt en dank je allebei voor wat de ander naar voren gebracht heeft.

Achtergrondmateriaal

(bedoeld voor degene die de avond voorbereidt, en voor wie zich er wat extra in willen verdiepen)

Wat moet je doen om door Jezus gered te worden en deel te krijgen aan zijn heil? Niets! Het is pure genade (Dat was wat we zagen bij Vraag 29). Ja, maar je moet toch wel geloven, is dan vaak de tegenwerping. En inderdaad zegt Paulus in Efeziërs 2: 8: ‘Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof.’ Maar voordat je kan gaan denken dat het dus allemaal van jouw geloof afhangt, voegt Paulus deze woorden toe: ‘Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God.’ Je zou het zo kunnen zeggen: God biedt jou een prachtig geschenk aan, namelijk je redding. Of zoals de Catechismus zegt: vergeving van je zonden, eeuwige gerechtigheid (het is voor nu en altijd goed tussen jou en God), en eeuwig heil (je leven zal tot in eeuwigheid zijn zoals God het bedoeld heeft). Het enige wat jij nu hoeft te doen is dat geschenk aannemen. Het geloof is de lege hand die jij uitstrekt om aan te pakken wat God jou geeft. En daarom: a. Kijk naar wat Hij gedaan heeft en niet naar wat jij moet doen ‘Ben je er zeker van dat je, als je vanavond sterft, naar de hemel gaat?’ Het gebeurt nogal eens dat je op die vraag het volgende antwoord krijgt: ‘Nee, want ik geloof wel dat Jezus voor mij gestorven is, maar er is nog zoveel in mijn leven dat niet goed is.’ Dat lijkt een goed antwoord. Geloven is immers niet een kwestie van alleen maar woorden, maar ook van daden. En als je dan zo vaak tekortschiet, dan kun je er toch niet zomaar vanuit gaan dat God je straks wel binnenlaat. Toch geeft zo’n antwoord er blijk van dat je nog niet begrepen hebt wat geloven is. Want het is één van tweeën: of je kiest voor een zondig leven, en dan kun je niet zeggen dat je gelooft dat Jezus voor jou gestorven is; of je gelooft dat wel, en dan hangt het niet meer af van wat jij doet, maar van wat Hij voor jou gedaan heeft. Echt geloof vertrouwt volledig op wat Jezus gedaan heeft en door zijn Geest nog steeds in je wil doen. Echt geloof is een lege hand die je uitstrekt om vol verbazing aan te pakken wat Hij jou wil geven. b. Kijk naar Christus en niet naar je eigen geloof ‘Ben je er zeker van dat je, als je vanavond sterft, naar de hemel gaat?’ ‘Nee,’ antwoordt iemand, ‘want mijn geloof is te klein.’ Als ik dat hoor, denk ik: Wat zou het goed zijn als we eens een tijdje al dat gepraat over groot en klein geloof uit zouden bannen. Want wat is het gevolg? We gaan steeds meer letten op ons eigen geloof en op hoe groot (of klein!) dat wel is, en ondertussen vergeten we naar Christus te kijken. Maar je bent, zoals de Catechismus terecht zegt, niet aangenaam voor God ‘door de waarde van je geloof’, maar door wat Christus voor jou deed. Het geloof is slechts de lege hand die je uitstrekt om dat aan te pakken. Stel dat iemand die een prachtig cadeau gekregen heeft er als volgt over vertelt: ‘Hij bood mij een cadeau aan en ik besloot het aan te nemen. Ik strekte mijn handen uit, en dat deed ik zonder aarzeling. En juist omdat ik zo overtuigd dat cadeau aanpakte werd het van mij.’ Dat is toch gestoorde praat!? Praat gerust over dat prachtige cadeau, praat veel over degene die het jou gaf en verbaas je over zijn gulheid, maar doe niet net alsof het allemaal van jouw manier van aanpakken afhing. Daarom wil ik je een advies geven: praat nooit over jouw geloof, maar praat over je Heer en over wat Hij je gaf. c. Kijk naar Christus en niet naar je eigen gevoel ‘Ben je er zeker van dat je, als je vanavond sterft, naar de hemel gaat?’ En weer is er iemand die twijfelt en zegt: ‘Nee, want ik geloof wel in Jezus, maar ik voel er niets van.’ Het zou onzin zijn om te zeggen dat gevoel niet belangrijk is, want God heeft je geschapen zoals je bent: met verstand, maar ook met gevoel. Als Hij je leven verandert, dan verandert je gevoel ook. Maar geloof is niet hetzelfde als gevoel! Het klassieke voorbeeld om dat duidelijk te maken is dat van de drie personen die achter elkaar op een smalle muur liepen (zie hierboven bij 3b). Misschien vraag jij je ook af: waar blijft Gevoel? Je gelooft wel, maar toch ben je niet echt verdrietig over je zonden. Je voelt je depressief en twijfelt: is het allemaal wel voor mij? Je voelt de twijfel en het is of Satan je influistert: ‘Nee joh, het is allemaal niet voor jou.’ Wat moet je dan doen? Dan moet je vooruitkijken naar Belofte: richt je volle aandacht weer op Christus en op wat Hij jou aanbiedt. Maar ga niet je zekerheid zoeken in je eigen gevoel, want zo’n muur is maar smal en je valt er zomaar af als je om kijkt. Geloven is slechts de lege hand die je uitstrekt om het cadeau aan te pakken. Maar we kunnen nog een stapje verder gaan: het geloof is zelf ook onderdeel van dat cadeau. Geloof is wat er van je gevraagd wordt, maar geloof is ook wat de Heilige Geest in jouw hart werkt.