Hofstad Catechismus – Vraag 52

Welke hoop houdt het eeuwige leven voor ons in?

 

Het herinnert ons eraan dat deze huidige, gevallen wereld niet alles is wat er bestaat; spoedig zullen wij met God leven en zullen we voor altijd gelukkig met Hem zijn in de nieuwe stad, in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, waar wij volledig en voor altijd bevrijd zullen zijn van alle zonden en vernieuwde, opgestane lichamen zullen hebben in een vernieuwde, herstelde schepping.

 

Openbaring 1: 1-4
Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

 

1. Intro

Hoe zal het zijn op de nieuwe aarde? Beschrijf dat eens in één zin.
Twee voorbeelden van antwoorden op deze vraag:

  • Ik zie dan voor me dat we in wit gekleed zijn, en de hele dag liederen zingen rond Gods troon.
  • Je krijgt daar elke dag patat met net zoveel mayonaise als je zelf wilt.

2. Filmintro

Bekijk het filmpje. Daarna is er kort gelegenheid iets te noemen uit het filmpje dat je geraakt heeft.

 

 

3. Verwerking

A. Leven met het oog op straks

Verdeel de groep in drieën.
Elke groepje bestudeert een Bijbeltekst en bespreekt die. Daarbij staat de volgende vraag centraal: welke invloed heeft wat ik weet over het leven na dit leven op hoe ik vandaag in het leven sta?
Nadat de groepjes hier zo’n 10 minuten over gesproken hebben, kom je weer bij elkaar, en leest elk groepje de tekst en doet kort verslag van wat er besproken is.
Het gaat om de volgende teksten:

  • Groep 1: 1 Petrus 1: 4-7
  • Groep 2: 1 Korintiërs 15: 54-58
  • Groep 3: Romeinen 8: 18-24

B. Bijbelstudie Jesaja 65: 17- 25

Lees samen Jesaja 65: 17-25. Neem daarna 5 minuten in stilte de tijd om het gedeelte nogmaals te lezen en goed tot je door te laten dringen.
Daarbij beantwoord ieder voor zichzelf de volgende vragen:

  • Welk vers spreekt je het meeste aan en waarom?
  • In dit gedeelte wordt de nieuwe aarde geschetst vanuit beelden van het leven toen. Probeer ook eens een paar contouren van de nieuwe aarde te schetsen vanuit ons leven vandaag de dag (en in contrast daarmee).
  • Wat wil je verder nog met de anderen delen?
  • Wat zou je uit wat je nu overdacht hebt, straks in gebed willen brengen?

Bespreek nu samen de antwoorden op deze vragen. En sluit na de bespreking van de vierde vraag af met een kringgebed.

 

C. Gesprekspunten

  • Wat biedt een betere taal om over het eeuwige leven te spreken: muziek en kunst of geloofsleer?
  • We leven in een wereld waarin het hier en nu het belangrijkste is en een eventueel leven na dit leven nauwelijks een rol speelt. Hoe is dat bij jou?
  • Wanneer begint voor jou het eeuwige leven?
  • De nieuwe aarde zal deze aarde zijn, maar dan vernieuwd. Wat hoop je daar van deze aarde en van dit leven weer terug te zien en weer mee te maken?
  • C.S.Lewis beschrijft het eeuwige leven als een boek waarvan elk volgende hoofdstuk mooier is dan het vorige. Begrijp je wat hij bedoelt? Inspireert dat je?
  • Heeft het zin te fantaseren over hoe het straks zal zijn?
  • Spreek je wel eens met anderen over het leven na dit leven? Welke ideeën kom je tegen. Hoe reageer jij?
  • Wat is belangrijker je ziel of je lichaam?
  • Welke invloed heeft jouw toekomstverwachting op de manier waarop je met het milieu omgaat?
  • Mag je ernaar verlangen elkaar op de nieuwe aarde terug te zien? Welk beeld heb je daarbij?

4. Gebed

(suggesties voor gebedsvormen)

  • Degene die het gebed leidt opent steeds met de woorden “Maranatha, Kom, Heer Jezus, , ja kom spoedig, wij zien verlangend uit naar uw komst.”
    Daarna kan steeds iemand anders een bede uitspreken die dat verlangen concreet maakt. Bijvoorbeeld: “Heer, wij verlangen naar uw komst, omdat we uitzien naar een wereld waar een eind gekomen zal zijn aan geweld en onrecht……….”
    Afsluitend wordt samen het ‘Onze Vader’ gebeden.
  • Inventariseer de gebedspunten die er leven, verdeel die over degenen die voor willen gaan in gebed, en bidt samen.

Bijlage: Achtergrondmateriaal

(bedoeld voor degene die de avond voorbereidt, en voor wie zich er wat extra in willen verdiepen)

    • New City Catechismus Vraag & Antwoord 52
    • Lees ook zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus.
    • De nieuwe aarde (Achtergrondmateriaal met enige wijzigingen overgenomen uit Basics van de Bijbel van Jasper Klapwijk, hoofdstuk 15.)

    Omdat het kwaad en de zonde door en door met de huidige wereld verweven zijn, zal de nieuwe wereld radicaal anders zijn. Helemaal nieuw! En toch is het dezelfde schepping als waar wij nu in leven. Als God zegt: ‘Alles maak ik nieuw!’ (Op. 21:5), betekent dat niet dat Hij een totaal nieuwe wereld schept, maar dat Hij deze wereld totaal vernieuwt. Het is belangrijk om dat vast te stellen, want het onderstreept dat God niet alleen een aantal zielen wil redden, maar dat Hij zijn hele scheppingswerk zal vernieuwen. Dat is ook wat Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen: ‘Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid. (…) Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt’ (Rom. 8:20-21). God zal déze schepping herstellen en in déze wereld zal weer gerechtigheid wonen (2 Petr. 3:13). Dat is een drijfveer voor christenen om zich in te zetten voor het behoud van deze schepping en voor het herstel van gerechtigheid en vrede.

     

    De hele schepping zal vernieuwd worden, ook de natuur en de cultuur.
    Laten we het ons maar heel concreet voorstellen. ‘Daar krijg je patat met net zo veel mayonaise als je zelf wilt’ zit waarschijnlijk dichter tegen de werkelijkheid aan dan: ‘Daar zullen we zwevend als een engel eeuwig zingen.’

     

    Zijn er dieren op de nieuwe aarde? Ik heb de neiging om te zeggen: ja natuurlijk! Niet alleen vanwege de profetie van Jesaja over de nieuwe hemel en aarde: ‘Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof’ (Jes. 65:17), maar vooral omdat God zijn hele schepping redt. Net als in de tijd van de zondvloed zullen de dieren in die redding delen. Ik denk dus dat wie nu geniet van de vogels en andere dieren ook op de nieuwe aarde zijn hart zal kunnen ophalen. Maar geldt hetzelfde voor wie nu van cultuur geniet? Kunnen we straks nog luisteren naar Bach of U2, of genieten van een Rembrandt of Picasso? Ik weet het niet. Aan de ene kant zal alles wat met de zonde te maken heeft verdwenen zijn, aan de andere kant zullen we dan pas volledig begrijpen wat echte creativiteit en schoonheid is.

     

    God herstelt niet alleen zijn door de zonde geschonden wereld, maar brengt die wereld tot voltooiing. Ook daardoor is het onmogelijk om ons voor te stellen hoe het straks zal zijn. Het overstijgt onze huidige denkkracht.

     

    • Herkenning en herinnering

     

    Veel gelovigen vragen zich af of we elkaar op de nieuwe aarde zullen herkennen. Vooral als een geliefde sterft, kunnen de achterblijvers veel troost putten uit het besef dat ze elkaar later weer zullen ontmoeten. Anderzijds roept dat gelijk de vraag op of we geliefden zullen missen die hun eigen weg zijn gegaan, los van God. Ook deze vragen kunnen we weer van twee kanten benaderen. We kunnen benadrukken dat déze schepping wordt hersteld en dat dít lichaam wordt opgewekt uit de dood. Ik kan me niet voorstellen dat de betekenisvolle relaties die er in mijn huidige leven zijn, straks verdwenen zijn. Mijn leven nu, bijvoorbeeld, is zo volstrekt verweven met dat van mijn vrouw, dat ik alleen maar kan verlangen naar en hopen op een eeuwige voortzetting van die relatie. De andere kant is dat onze werkelijkheid en ons bewustzijn bevrijd zullen zijn van zonde en zelfgerichtheid, en daardoor zullen we ongetwijfeld anders in onze relaties staan. Dan zal ons leven echt zijn zoals het door God bedoeld is.

     

    Aan het eind van een van de meest bekende passages uit de Bijbel, het lied over de liefde in 1 Korintiërs 13, vergelijkt Paulus het leven nu met het leven op de nieuwe aarde. Hij schrijft: ‘Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben’ (1 Kor. 13:12). Ons kennen van God, maar ook ons kennen van elkaar, is nu nog zeer beperkt, zoals een wazige spiegel slechts een schimmig beeld geeft. Straks zal die beperktheid verdwenen zijn. Zonde, oppervlakkigheid, misverstanden en ontrouw bestaan dan niet meer. Dan zullen we God en de ander echt onverkort lief hebben.

     

    Zullen we elkaar dan herkennen? Ja. Sterker nog, we zullen elkaar dan echt kennen en liefhebben. En dan niet alleen de paar mensen die ons na staan, maar iedereen die we ontmoeten. Dat is vanuit deze wereld gezien tamelijk onvoorstelbaar. In dit leven is het huwelijk tussen man en vrouw het toppunt van eenheid, liefde en intimiteit. Volgens Jezus zal dat straks anders zijn. In een gesprek met enkele sadduceeën, een groepering binnen het jodendom die niet in een opstanding geloofde, zei Hij: ‘De kinderen van deze wereld huwen en worden uitgehuwelijkt, maar wie waardig bevonden is deel te krijgen aan de komende wereld en aan de opstanding van de doden, huwt niet en wordt niet uitgehuwelijkt’ (Luc. 20:34-35). Is dat een achteruitgang? Nee, want wat we in het beste huwelijk in dit leven kunnen genieten, zal in het niet zinken bij wat we daar in veel breder verband mogen beleven.

     

    • Leven met het oog op straks

     

    Hoe reëler voor iemand de verwachting is van de wereld die komt, hoe groter de invloed daarvan is op zijn of haar leven nu. Ik noem drie punten waarin dat naar voren komt:

     

    Beter opgewassen tegen het lijden
    In zijn eerste brief schrijft Petrus aan een groep christenen die het zwaar te verduren had: ‘Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden. Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren’ (1 Petr. 1:4-6). Een moeilijke tijd is beter te verdragen als je zeker weet dat straks alles volmaakt wordt.

     

    Gaan voor een betere wereld
    Als de gerechtigheid en vrede van de nieuwe wereld een echte realiteit voor je zijn, dan vormen ze ook het richtpunt voor je bezig zijn in deze wereld. Dan zet je je in voor het behoud van de schepping, voor een eerlijke verdeling, voor recht en voor vrede. En dan voel je je vreemdeling in een wereld die draait om rijkdom, macht en eigenbelang.

     

    Leven met hoop en verwachting
    Je inzetten voor een betere wereld kan een uiterst frustrerend bezigheid zijn. Vaak zijn de effecten veel minder groot dan je graag zou willen, of ze ontbreken helemaal. Om in die situatie blijmoedig en hoopvol te kunnen blijven, heb je de zekerheid nodig dat door Jezus die nieuwe wereld daadwerkelijk zal komen. Het is een rustgevende en bemoedigende gedachte dat het nieuwe Jeruzalem niet door mensen gebouwd wordt, maar uit de hemel neerdaalt (Op. 21:2).