LEZEN: Marcus 4:1-3
Weer ging hij naar het meer om de mensen te onderwijzen; er kwam een enorme menigte om hem heen staan. Daarom ging hij in de boot op het meer zitten, terwijl de menigte op de oever bleef staan. Hij onderwees hen uitvoerig en sprak hen toe in gelijkenissen. Hij zei: ‘Luister. Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien.
Deze week gaan we samen kijken naar het beeld van het zaad in de akker. Een gelijkenis waarin we leren luisteren. Maar laten we eerst eens kijken naar de vreemde manier waarop Jezus dit verhaal vertelt.
Jezus is weer aan het leren bij de zee. Daar is niets ongewoons aan. Jezus is immers gekomen om het koninkrijk van God te verkondigen (Mar. 1:15 en 38). En dat er een enorme menigte om Hem heen komt staan – ook dat hebben we al vaker gezien. Als Jezus ergens kwam, was het iedere keer dringen om erbij te kunnen zijn. De mensen wilden Hem horen en zijn tekenen en wonderen zien.
Maar dan maken de mensen iets heel onverwachts mee. Jezus stopt met zijn onderwijs. Hij loopt naar een bootje en gaat erin zitten. Varen ze weg? Nee, dat niet. Het bootje blijft aan de kant liggen en zittend in het bootje spreekt de Here de mensen op de oever toe. Hij vaart niet weg, maar toch schept Hij afstand tussen Hem en zijn luisteraars. Ze kunnen Hem niet aanraken en Hij hen niet. Er zullen deze keer geen genezingen en wonderen gebeuren.
Jezus schept op nog op een andere manier afstand. Hij gaat in gelijkenissen spreken. Als je moeite doet om ze te begrijpen, zijn ze heel verhelderend. Maar wie vooral gekomen is om genezingen te zien en te ervaren, heeft hier weinig aan. Jezus wil echte luisteraars die goed luisteren en zich in zijn woorden verdiepen.
Over luisteren gaat het in de komende week. Noem vast eens op wat je kan belemmeren om Gods woorden in de kerk en thuis goed in je op te nemen. Wat zou je eraan kunnen doen?
Zingen: Gezang 6 – 7 – Liedboek 328:1, 3

