Dag 3

LEZEN: Dordtse Leerregels III/IV, artikel 9

 

Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en de vogels kwamen en aten het op…

Sommigen zijn als het zaad dat op de weg valt: het woord wordt wel gezaaid, maar wanneer ze het gehoord hebben, komt meteen Satan om het woord weg te graaien dat in hen gezaaid is. Marcus 4:4 en 15

 

De duivel is er als de kippen bij. Gods woord maakt je levend en geeft je eeuwig leven, maar dat wil de duivel juist niet. Hij is de mensenmoordenaar van het begin. Wat je over God hoort, wil hij je zo gauw mogelijk weer laten vergeten. Hij wil immers dat je los bent van God en verloren gaat. Jezus mag je niet aan Zich binden en je redden van de ondergang.

 

Maar al te vaak heeft hij succes. Dat is wat de Here Jezus met deze gelijkenis duidelijk maakt. Als hoorder en lezer van Gods woorden loop je het gevaar die woorden direct weer kwijt te raken. Maar kun je daar dan wat aan doen? Als de duivel het woord van God bij je weghaalt, ben je dan geen machteloos slachtoffer?

 

Dat is niet wat de Here Jezus ons hier wil zeggen. Hij houdt deze gelijkenis aan ons voor als een waarschuwing (vers 9). Als de duivel het woord bij ons kan weghalen, is dat omdat wij hem daarvoor de gelegenheid geven. Hij kan dat doen omdat wij het niet in ons opnemen, maar ongebruikt laten liggen.

 

Je neemt niet echt de tijd om te luisteren. Of je sluit je af voor bijbelse waarschuwingen die je liever niet wilt horen. Je laat bijbelwoorden over je heen komen zonder erover na te denken wat ze voor je betekenen.

 

Jezus zegt: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren.’ Luister dan ook echt, anders ben je het zo weer kwijt.

 

Zingen: Psalm 119:5, 6 – 119:6, 8 – Liedboek 423:1, 2, 4