Gesprekstechnieken

“Spreken is zilver, luisteren is goud…

Dit lijkt een open deur, maar niets is zo moeilijk als luisteren. Er zit ons zo veel in de weg om goed te kunnen luisteren”, zegt pastoraal werker/docent Philip Veldhuizen.

“Dit geldt vooral voor het geloofsgesprek of pastorale gesprekken en daarom geef ik geen cursus gesprektechniek zoals er zoveel zijn, maar een cursus luisteren. Luisteren is open staan voor het verhaal van de ander. Luisteren is proberen in het verhaal van de ander te komen.”

 

Achtergrond

In Zwolle – West hebben ds. Maarten van Loon, ds. Hans Slotman en pastoraal werker/docent Philip Veldhuizen al bijna 10 jaar een cursus voor ouderlingen, diakenen en pastoraal diaconaal werkers gegeven. Eerst voor de eigen kerkelijke gemeente later voor de Classis Zwolle. Het team dat de cursus voor de Classis Zwolle geeft kent de laatste jaren een aantal personele wijzigingen (Lennard Pors toen pastoraal werker GKv Zwolle-Zuid heeft meegedraaid en ds. Gertjan Klapwijk heeft de plaats van hem weer overgenomen), maar nog steeds is de cursus aan het begin van het seizoen een goede start voor veel kerkleden die bezoeken afleggen in hun gemeente.

 

Afgelopen seizoen heeft Philip Veldhuizen in de Fonteinkerk in Zwolle de Cursus Geloofsgesprek gegeven aan alle gemeenteleden die met dit onderwerp aan de gang wilden. De behoefte aan handvatten en praktische tips om met elkaar in gesprek te gaan is groot. Veel gemeenteleden willen met elkaar gesprekken hebben die dieper gaan, maar men ervaart een drempel om met elkaar af te dalen naar het spirituele niveau dat een pastoraal gesprek kan bieden. Deze cursus biedt die handvaten.

 

Pastoraat of geloofsgesprek

“Twee termen gebruik ik hier door elkaar”, zegt Philip. “Pastoraat is volgens de definitie voorbehouden aan een geestelijke en geloofsgesprek is een term die uit de tijd van de reformatie komt. Calvijn gaf deze term aan de gesprekken voorafgaand aan het avondmaal in Geneve. Geloofsgesprek is niet meer en niet minder dan het verhaal over jouw geloof en wat God voor jou betekend. De ervaring leert dat gemeenteleden de naam pastorale gesprekken te zwaar beladen vinden. Geloofsgesprek nodigt meer uit om met elkaar het gesprek aan te gaan. We gaan nu niet in op het verschil en of er verschil zit tussen gesprekken gevoerd door klassieke ambtsdragers (dominee, ouderling en diaken) of door gemeenteleden en de pastoraal diaconaal werkers. Het gaat hier om het luisteren tijdens het gesprek.”

 

Voor het gesprek

“Bidden voor je op bezoek gaat, kan je helpen om je focus inderdaad op die ander te richten. Het gebed plaatst je in de rol van afhankelijkheid. Je verwacht het van Hem en wil iets van Zijn liefde tonen in je bezoek. Daarin ben je navolger van Christus. Vraag God om je te helpen die ander te zien, om die ander te horen en om concentratievermogen tijdens het gesprek”, zegt hij. “Net zo belangrijk is het om voorafgaand aan het bezoek je te verdiepen in die ander. Maak het jezelf gemakkelijk door bijvoorbeeld de namen van kinderen door te nemen. Herinneringen ophalen aan eerdere gesprekken of gespreksverslagen. Ter voorbereiding van het gesprek kun je zoeken naar een passend Bijbelgedeelte of ander stuk dat je wilt lezen.

Voorbereiding kan helpen, maar de voorbereiding kan er ook voor zorgen dat je minder ruimte hebt om te luisteren omdat je gedachten vol zitten met je voorbereiding.”

 

Het gesprek

“Voor degene die pastoraal bezoek krijgt is het allerbelangrijkste: jouw aanwezigheid”, legt Philip Veldhuizen verder uit. “Aanwezig zijn zoals de vrienden van Job. Die waren bij hem en de eerste zeven dagen zeiden ze niets: omdat ze zagen hoe Job leed (Job2:13). Dit punt krijgt vaak te weinig aandacht. Niets is moeilijker dan om er ‘te-zijn’ voor die ander. In pastoraal opzicht wil je er zijn voor de pastorant en ben je gericht op zijn verhaal. En je luisterhouding die je meeneemt in het gesprek komt vanuit compassie en je luisteren is onvoorwaardelijk. Je bent oprecht nieuwsgierig naar het verhaal van die ander. Dit is de grondhouding van je bezoek.”

 

In het bezoek zet je jezelf open en probeert in het verhaal van die ander te komen. Daarbij verloopt een gesprek via feiten, gevoelens, levensbeschouwing naar spiritualiteit (Smit, J. 2006). Het is in het pastorale gesprek nodig om een antenne te ontwikkelen hoe de ander zijn verhaal verbindt met God. Iedereen heeft in zijn contact met God een eigen taal ontwikkeld. Hoe benoemt de pastorant God en kun je die taal van de ander aanvaarden. “Zo sprak ik een tijd met iemand die haar geloof moeilijk onder woorden kon brengen”, vertelt Philip. “Uiteindelijk benoemde zij haar geloof door te vertellen: ‘Weet u ik maak mij vaak zorgen over mijn jongen, mijn enige, maar voor ik ga slapen bid ik en dan word ik rustig.’ Haar geloof en vertrouwen vertaald in de rust die God haar in het gebed geeft. Zo zijn er veel talen die mensen benoemen waarin zij kracht van God vinden, in natuur, muziek, mensen… Kun je die taal aanvaarden en invoelen? Aanvaarden omdat de taal een andere is dan jij spreekt. Kun je luisteren omdat je vol verwondering bent over de veelkleurigheid van mensen en talen die God geeft? Kun je ontspannen omdat de ander zijn eigen taal heeft? Ontspannen in het gesprek omdat je beide leeft in afhankelijkheid van God.”

 

Luisteren is vragen stellen

Vragen stellen is te leren, maar het vraagt oefening en creativiteit. “In de cursus pastoraat zoals wij die nu al jaren geven staat dat centraal”, zegt de pastoraal werker/docent. “Oefenen om open vragen te stellen. Vragen die beginnen met: wie, wat, waar, welke, wanneer, hoe, hoeveel. De ‘waarom-vraag’ noemen wij hier bewust apart omdat in de ‘waarom-vraag’ een oordeel kan zitten. Bij gesloten vragen gaat het altijd om zinnen die beginnen met een werkwoord.”

Iedereen kent het principe van het vragen stellen en toch is het vragen stellen een vaardigheid die niet veel mensen bezitten. Dat komt omdat vragen stellen ook met echte interesse in mensen te maken heeft en met creativiteit om te zoeken naar waar het die ander om gaat in zijn verhaal. Luisteren, samenvatten van datgene wat gezegd is en doorvragen. Journalisten en talkshow presentatoren worden geroemd om hun vraagtechnieken. Maar juist bij hen zie je vaak dat het niet gaat om degene die ze interviewen maar om de vaart in het programma, het succes van de show of de primeur die het oplevert. In het geloofsgesprek of pastoraat gaat het om die ander.

“Als het gaat om die ander dan stimuleer je de ander om na te denken en aan te moedigen zijn verhaal te vertellen”, laat Philip weten. “Luisteren doe je niet alleen met je oren maar met je hele lijf. Hoe je zit, je houding. Je moedigt non-verbaal aan met het bekende hummen en knikken. Bij alles wat de ander vertelt, laat je merken dat je het hebt begrepen door samen te vatten en te vragen of het klopt en als je het niet begrijpt vraag je: hoe bedoel je dat. Ik snap het niet helemaal kun je mij vertellen hoe…

 

Doorvragen is een kunst. Een voorbeeld. Iemand zegt dat hij gelooft. Wat betekent dat geloof voor hem? Wat betekent dat nu voor hem, en in het verleden? Heeft het geloof hem in zijn leven geholpen. Waarbij? Kan hij zijn geloof ook delen? Wat doet hem dat? Hoe leeft hij zijn geloof? Hoe ervaart hij het geloof? Hoe voedt hij zijn geloof? Wat betekent zijn geloof in zijn werk? In zijn relatie? In zijn opvoeding van zijn kinderen, in zijn vriendschappen? En op al deze vragen (er zijn nog veel meer vragen te stellen) geven de antwoorden weer nieuwe reeksen met vragen.”

 

Valkuilen

Als de ontspanning uit het gesprek verdwijnt ligt dat meestal aan het feit dat een pastoraal werker denkt dat hij oplossingen moet aandragen. Dat zijn bezoek de oplossing van het probleem kan zijn. Deze gedachte is een valkuil en levert vaak al een belemmering op om zelfs op bezoek te gaan. “De gedachte dat jij als kerkelijk werker of betrokken gemeentelid iets moet oplossen of allerlei dingen moet doen, kunnen verlammend werken tijdens en voor een bezoek”, zegt Philip. “Bijvoorbeeld het idee dat je een ’geestelijk of vertroostend woord’ moet kunnen spreken. Dat je minstens het standpunt van de kerk, Bijbel of belijdenis moet kunnen vertellen over allerlei ethische zaken. Dat je heel mooi moet kunnen bidden. Eisen die haaks staan op ‘er-zijn’ en open het gesprek aangaan.”

Maar er zijn nog meer valkuilen die een gesprek kunnen bepalen en het luisteren belemmeren. “Gedachten en zelfs angst bij de gedachte: stel die ander vertelt mij… ? Wat moet ik dan? Een ander punt is het lef om vragen te stellen: mag ik die ander dat (dat kan van alles zijn) wel vragen? Vindt hij mij dan niet te vrijpostig?”, zegt hij. “Maar ook de gedachte dat iemand kan gaan huilen of niet kan slapen omdat jij een vraag stelt, kan goede vragen stellen en echt luisteren belemmeren. Wij vullen dan heel snel in voor een ander en uiteindelijk belemmert het vaak alleen het luisteren. Als iemand iets niet wil vertellen dan kan hij dat zeggen. Natuurlijk stel je alleen die vragen die de ander helpt/en om jou het verhaal zo duidelijk mogelijk te kunnen vertellen en geen vragen om jouw nieuwsgierigheid te bevredigen.”

 

Deze theorie van het luisteren kun je door rollenspelen oefenen. Het uitspelen van situaties die in gesprekken kunnen voorkomen. “Vaak zeggen cursisten dan ‘maar dat is ‘niet echt’. Toch is mijn ervaring dat in rollenspelen de praktijk aardig nagebootst wordt”, zegt Philip. “Wij zijn in de kerk een oefengemeenschap. Het mag hier veilig zijn om van fouten te kunnen leren. Wij mogen onbevangen en onbekommerd zijn. Juist als het ons echt gaat om die ander werkelijk te zien.”